Nieuws (5)
Als in de film
Geen reacties

627 keer gelezen
Wat is het mooiste Caribische eiland? Dat is net lastige zo’n vraag als: wat is de beste film die ooit gemaakt is? Maar als er één eiland in de Cariben Top 5 zou moeten staan, dan is dat Dominica. Bijnaam: Nature’s Island. Met dank aan de
‘Pirates of the Caribean II’ en ‘III’. Tekst en Fotografie: Rutger Geerling
‘Nee, ik bedoel Dominica, niet de Dominicaanse Republiek!’ Iets dergelijks zeg je bijna standaard als je iemand wat vertelt over dit bovenwindse eiland van de Kleine Antillen. Bij het horen van de kreet ‘bovenwinds’ denken Nederlanders
al gauw aan Sint Maarten, Saba of Sint Eustatius. Begrijpelijk, maar de regio kent maar liefst driehonderd eilanden verdeeld over 28 landen. Dominica ligt helemaal in het oosten, pakweg vijfhonderd kilometer ten noorden van Venezuela. Pas na een gedegen blik op de site van Google Earth – om de verwarring met die verrekte Dominicaanse Republiek
op te lossen – weten we het zeker: hier moeten wij heen.
Bananen zonder haast
Nog geen twee maanden later zien we door het vliegtuigraampje enorme vulkanische bergmassa’s onder ons voorbijschuiven. Terwijl we dalen wordt alles groen, groen, groen. De landingsbaan is niet meer dan een strookje asfalt in de jungle, met een basale terminal ernaast. Die bergen waar we net langs vlogen vangen zo veel regen dat er maar liefst 365 rivieren over de flanken naar beneden dartelen (tenminste, als we de toeristische brochures mogen geloven). Het zijn er in ieder geval enorm veel en daar waar andere eilanden in de regio elke regendruppel moeten opvangen is het hier natheid troef. Maar dan wel in de bergen want aan de bewoonde kust kun je nog altijd beter zonnebrand dan een paraplu meenemen. Een paar uur later (het is inmiddels tien uur ’s avonds) staan we voor het eerst in een Caribische file. File is misschien een overstatement want je moet op Dominica wel een beetje kunnen relativeren. Onze wegverstopping bestaat uit drie auto’s en een vrachtwagen. De krakkemikkige truck is tot onwaarschijnlijke hoogte opgestapeld met het nationale exportproduct. Bananen. De bocht is net iets te smal, de truck net iets te breed en een tegenligger maakt het erg ingewikkeld. Een situatie die met wat achteruitrijden in twintig seconden kan worden opgelost, kabbelt hier minuten lang voort. En weet je? Dat is heerlijk! Een zalige Caribische relaxedheid maakt zich van ons meester. Hollandse haast en
irritatie glijden zijn van ons afgegleden. Sterker nog, we genieten van deze opstopping waarbij welgeteld niemand enige haast lijkt te hebben.
De jungle van Jack Sparrow
Gregory, rastagids-met-roeiboot, ontmoeten we een dag later op een van de mooiste rivieren, de Indian River. Gregory weet alles en praat als een stroomversnelling. ‘Pirates of the Caribbean II én III zijn hier opgenomen. Niet enkel die films zijn bloedstollend, ook het vervoer van de crew en alle apparatuur over de Indian River was dat. Het water stroomt door beschermd natuurgebied, tussen bloodwood trees. Weet je wat dat zijn? Kijk hier, het sap van deze bomen is bloedrood.
Perfect voor een piratenfilm. Alles moest per roeiboot naar de filmlocatie worden gebracht, including Johnny Depp alias Jack Sparrow himself.’ Gregory is meer dan een lokale beroemdheid. Hij stond, vrij recent nog, in de National Geographic. Zijn liefde voor Dominica brengt hij maar wat graag over op toeristen die hij in indrukwekkend tempo over door het bizarre rivierlandschap peddelt. We herkennen plekken waar bepaalde scènes zijn opgenomen. Zo komen we langs de
plek waar de waarzeggende heks woonde. Van het kannibalendorp en de spectaculaire hangbrug, in het
zuidwesten van het eiland, is helaas niets meer te vinden. De plekken zijn inmiddels door de natuur overwoekerd.
Weerbare Caribs
Dominica is beslist hét natuureiland van de Cariben. Vrijwel alles is bedekt met bos of regenwoud, met ontelbare (oké, officieel dus 365) rivieren, stroompjes, poelen en watervallen. Het eiland (25 kilometer breed en 46 kilometer lang)
bruist van leven. Het mooiste deel, Nationaal Park Morne Trois Pitons, staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst.
Gesitueerd rondom de gelijknamige vulkaan, 1300 meter hoog. Die keuze lijkt willekeur. Na een autorit over Dominica, willen wij zo’n beetje alles op die lijst zetten. Na elke bocht volgt een oogstrelend uitzicht: juichend groen tot aan de
horizon en spectaculair vulkanisch. Of, om in filmsferen te blijven, je rijdt hier door Jurassic Park. Zoals gezegd, take it easy, neem de tijd voor een rondrit. De wegen zijn kronkelig en de Caribs snappen niet wat haast is. Veel bezoekers combineren de verkenning van dit eiland met een weekje zonnen op bijvoorbeeld Sint Maarten of Antigua. Daar
moet je toch eerst naartoe vliegen omdat op Dominica geen toestellen van buiten het Caribisch gebied
landen. En dit eiland is niet bekend om haar stranden. Een beetje ten onrechte. Een groot strand mag dan ontbreken, kleine strandjes, niet zelden omzoomd door een intieme baai, zijn er wel. Daar liggen wij op vulkaanzand, fijn, warm en zwart, ons beseffend dat we gelukkig de snorkelspullen niet zijn vergeten, want het onderwaterleven behoort
ook al tot de top van het Caribisch gebied. Nog een bijzonderheid. Dominica is het enige eiland waarop de Carib,
de oorspronkelijke bevolking, nog in groten getale voorkomen. Ooit leefden de Caribs op alle eilanden, maar na de komst van Spanjaarden, Nederlanders, Fransen en Britten trokken ze steeds verder naar het oosten, tot ze uiteindelijk op
Dominica terechtkwamen. Het eiland en haar nieuwe bewoners bleken lastig te onderwerpen en na enkele verre van succesvolle bezettingen werd het lang met rust gelaten. Uiteindelijk zijn de Britten en Fransen hier een tijd heerser
geweest, maar Dominca heeft haar identiteit behouden. De Caribs konden zich eenvoudig verschuilen in het ruige binnenland. Sinds begin vorige eeuw beschikken ze over een eigen reservaat aan de oostkant van het eiland, beslist
een dagtrip waard, al was het maar vanwege de vriendelijke mensen, die graag geziene figuranten zijn geweest in alle hier opgenomen films.
Het laatste woord Op de laatste dag van onze rondrit vinden we restanten van de Europese bezetting. Als we naar het oude Fort Shirley gaan, in een ander uitbundig nationaal park: Cabrits. Dit is zonder meer een must-see op Dominica. Het fort, ooit Brits maar later Frans eigendom, vecht een ongelijke strijd uit met de oprukkende jungle. Grote delen zijn goed onderhouden, er vinden zelfs nog steeds reconstructies plaats, maar de echte parels vinden we in het nabijgelegen regenwoud. We
wanen ons Indiana Jones als we op de ruïnes stuiten, in nog geen 150 jaar compleet overwoekerd door indrukwekkende bomen die met hun dikke wortels de stevige muren in een wurggreep houden. Half verstopt onder het groen zien we nog
meer gebouwen, gebroken maar herkenbaar. Ze zijn niet opgewassen tegen de geduldige kracht van de natuur. Onder de wurgende flora vinden we opslagplaatsen met musketkogels. De plek is exemplarisch voor het eiland. Er kan nog zoveel worden gebouwd of aangelegd, het is de natuur die hier het laatste woord heeft. En dat is maar goed ook. Want Nature’s
Island, waar kapitein Jack Sparrow ooit zal wederkeren, moet vooral zo blijven.
Hoe kom je er?Het handigst is eerst naar een buureiland te vliegen en daar dan een regionale vlucht te nemen.
Bron: http://www.reizen.nl/published/rei/content/binbestand/extravoorabo/zuid-amerika/r0910dossiercaribean/r0812dominica-701991.pdf

30-09-2009
Terug
ReactiesGeen reactie gevonden
Reactie Toevoegen